AsciiMath is een eenvoudige manier om wiskundige notatie te typen met gewone toetsenbordtekens.
AsciiMath ziet er zo uit:
x^2 + 2x + 1
Macht: x^2
Index: a_1
Groeperen met haakjes om te voorkomen dat het “verkeerd” wordt gelezen:
sin(x+y) (duidelijk)
sin x + y (kan anders ogen dan je bedoelt)
Subscript vóór superscript wanneer je beide gebruikt:
sum_(i=1)^n i
int_0^1 f(x) dx
2+3
a-b
a*b (als je expliciet * wil typen)
Vaak is ab ook “a · b” in de weergave, maar typ a*b als je twijfel wilt vermijden.
Voorbeelden:
3x + 5x = 8x
2(x+3)=2x+6
(a+b)(a-b)=a^2-b^2
1/2
(a+b)/(c+d) ← haakjes zijn cruciaal
Voorbeelden:
(x+1)/(x-1)
((n(n+1))/2)^2 (handig bij somformules)
(p_1 - p_2)/sqrt(p(1-p)(1/n_1+1/n_2)) (z‑toets voor proporties; pas aan naar je context)
x^2
x^(n+1) (macht met haakjes)
sqrt x
sqrt(x+1)
root(3)(8)=2 (derdemachtswortel)
Voorbeelden:
sqrt(2)
sqrt(x^2+y^2)
(2x-1)^3
x^(-1)=1/x
|x|
||v|| (norm van vector)
Voorbeelden:
|x-3| < 2
||u-v||
Distributief: a(b+c)=ab+ac
Kwadraat afsplitsen: x^2-9=(x-3)(x+3)
Volledige kwadraat: x^2+6x+9=(x+3)^2
x=3
2x+1=7
(x-1)(x+2)=0
x<3
x<=3 (≤)
x>=3 (≥)
x!=3 (≠)
Voorbeelden:
-2<=x<5
x^2>=0
|x-1|<=3
f(x)=x^2
f(2)=4
Voorbeelden:
f(x)=ax^2+bx+c
g(x)=1/(x-2)
h(x)=sqrt(x-1)
sin x, cos x, tan x
ln x, log x, exp x
Voorbeelden:
sin^2 x + cos^2 x = 1
ln(ab)=ln a + ln b
exp(0)=1
log_2(8)=3
Tip: schrijf bij samengestelde argumenten liever sin(2x) dan sin 2x.
Voorbeelden (kopieerbaar):
alpha, beta, gamma, delta
Delta x
pi
theta
sigma
mu
lambda
Omega
In context:
alpha + beta = gamma
pi r^2
sigma^2 (variantie)
mu (gemiddelde)
oo (∞)
Voorbeelden:
lim_(x->oo) 1/x = 0
sum_(i=1)^n i
sum_(k=0)^n a_k
Voorbeelden:
sum_(i=1)^n i = n(n+1)/2
sum_(k=0)^(n-1) ar^k = a(1-r^n)/(1-r) (meetkundige rij, r!=1)
sum_(k=1)^oo 1/2^k = 1
prod_(i=1)^n i
Voorbeelden:
prod_(i=1)^n i = n!
prod_(k=1)^n (1+1/k)
lim_(x->a) f(x)
x->oo
Voorbeelden:
lim_(x->0) (sin x)/x = 1
lim_(x->oo) (1+1/x)^x = e
lim_(h->0) (f(x+h)-f(x))/h
Veel gebruikte notaties:
f'(x)
d/dx x^2
dy/dx
Voorbeelden:
d/dx (x^n) = n x^(n-1)
d/dx (sin x) = cos x
d/dx (e^x) = e^x
d/dx (ln x) = 1/x
Tweede afgeleide:
f''(x)
d^2/dx^2 f(x)
Voorbeeld:
d^2/dx^2 (x^3) = 6x
int f(x) dx
int_0^1 f(x) dx
Voorbeelden:
int x dx = x^2/2 + C
int_0^1 x^2 dx = 1/3
int_0^pi sin x dx = 2
int_1^e 1/x dx = 1
Een kolomvector kan vaak zo:
((1),(2),(3))
Voorbeelden:
u=((1),(0))
v=((2),(-1))
u+v=((3),(-1))
[[a,b],[c,d]]
Voorbeelden:
A=[[1,2],[3,4]]
B=[[0,1],[-1,0]]
A B (matrixproduct, afhankelijk van renderer)
det([[a,b],[c,d]]) = ad-bc (als je determinant zo wilt uitleggen)
[[1,2,|,5],[3,4,|,11]]
(Handig in uitleg van eliminatie.)
x in A
A sube B (⊆)
A supe B (⊇)
A uu B (∪)
A nn B (∩)
emptyset
Voorbeelden:
{x | x>0} (als je verzameling met voorwaarde uitlegt; weergave kan per renderer verschillen)
A nn B = emptyset
A sube RR (als RR herkend wordt; anders schrijf R als gewone tekst)
and, or, not
=> (impliceert)
iff (
)
Voorbeelden:
(p and q) => p
p iff q
not(p or q) iff (not p and not q)
P(A)
P(A|B)
E(X) (verwachtingswaarde; als E niet speciaal wordt gerenderd, blijft het gewoon E)
Voorbeelden:
P(A uu B) = P(A)+P(B)-P(A nn B)
E(X)=sum_(x) x P(X=x)
Var(X)=E(X^2)-E(X)^2
Niet elke AsciiMath-implementatie heeft een perfecte “cases”-notatie zoals LaTeX, maar je kunt vaak goed uit de voeten met tekst en haakjes.
Voorbeeld (leesbaar in veel renderers):
f(x) = { (x^2," als " x>=0), (-x," als " x<0) }
Alternatief (meer tekstueel):
f(x)=x^2 " voor " x>=0; f(x)=-x " voor " x<0
Tip: gebruik
"..."om korte woorden zoals"als","voor"of"dan"in de formule te zetten.
Je kunt vaak tekst opnemen met aanhalingstekens:
x=2 " dus " y=5
Voorbeelden:
m=3 " kg"
v=12 " m/s"
a^2+b^2=c^2 " (Pythagoras)"
Geen haakjes in breuken
Fout/ambigu: a+b/c+d
Beter: (a+b)/(c+d)
Macht op meer dan één symbool
Fout/anders dan bedoeld: x+1^2
Beter: (x+1)^2
Functies zonder haakjes bij lange argumenten
Minder duidelijk: sin 2x+1
Duidelijk: sin(2x+1)
Subscript en superscript verwisseld
Gebruik: int_0^1, sum_(i=1)^n
((x+2)(x-2)) = x^2 - 4
2x-5=9
x^2-5x+6=0
f(x)=(3x^2-2x+1)
g(x)=ln(x)
h(x)=sin(2x)
int_0^2 (3x^2) dx
int_1^4 1/sqrt(x) dx
A=[[1,2],[0,1]]
B=[[2,0],[1,3]]
A B = ?
Subscript: a_1, x_(n+1)
Superscript: x^2, a^(n+1)
Breuk: (a+b)/(c+d)
Wortel: sqrt(x), root(3)(x)
Som: sum_(i=1)^n ...
Product: prod_(i=1)^n ...
Limiet: lim_(x->0) ...
Afgeleide: d/dx ..., f'(x)
Integraal: int_0^1 ... dx
Matrix: [[a,b],[c,d]]
Kolomvector: ((a),(b),(c))
Tekst: "als", "voor", "dus"
Officiële AsciiMath-documentatie: https://asciimath.org