company logo

Kennisbank

Neon openen
Alle collectiesNeon EditorContent toevoegenAsciiMath

AsciiMath

Het gebruik AsciiMath voor het weergeven van wiskundige formules

Erik Terpstra·16 oktober 2026

AsciiMath is een eenvoudige manier om wiskundige notatie te typen met gewone toetsenbordtekens.


1. Snelstart: zo schrijf je formules

1.1 Formules

AsciiMath ziet er zo uit:

  • x^2 + 2x + 1

1.2 Basisregels (heel belangrijk)

  • Macht: x^2

  • Index: a_1

  • Groeperen met haakjes om te voorkomen dat het “verkeerd” wordt gelezen:

    • sin(x+y) (duidelijk)

    • sin x + y (kan anders ogen dan je bedoelt)

  • Subscript vóór superscript wanneer je beide gebruikt:

    • sum_(i=1)^n i

    • int_0^1 f(x) dx


2. Rekenen en algebra (heel veel voorkomend)

2.1 Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen

  • 2+3

  • a-b

  • a*b (als je expliciet * wil typen)

Vaak is ab ook “a · b” in de weergave, maar typ a*b als je twijfel wilt vermijden.

Voorbeelden:

  • 3x + 5x = 8x

  • 2(x+3)=2x+6

  • (a+b)(a-b)=a^2-b^2

2.2 Breuken

  • 1/2

  • (a+b)/(c+d) ← haakjes zijn cruciaal

Voorbeelden:

  • (x+1)/(x-1)

  • ((n(n+1))/2)^2 (handig bij somformules)

  • (p_1 - p_2)/sqrt(p(1-p)(1/n_1+1/n_2)) (z‑toets voor proporties; pas aan naar je context)

2.3 Machten en wortels

  • x^2

  • x^(n+1) (macht met haakjes)

  • sqrt x

  • sqrt(x+1)

  • root(3)(8)=2 (derdemachtswortel)

Voorbeelden:

  • sqrt(2)

  • sqrt(x^2+y^2)

  • (2x-1)^3

  • x^(-1)=1/x

2.4 Absolute waarde en normen

  • |x|

  • ||v|| (norm van vector)

Voorbeelden:

  • |x-3| < 2

  • ||u-v||

2.5 Factoren, haakjes en “netjes zetten”

  • Distributief: a(b+c)=ab+ac

  • Kwadraat afsplitsen: x^2-9=(x-3)(x+3)

  • Volledige kwadraat: x^2+6x+9=(x+3)^2


3. Vergelijkingen en ongelijkheden

3.1 Vergelijkingen

  • x=3

  • 2x+1=7

  • (x-1)(x+2)=0

3.2 Ongelijkheden

  • x<3

  • x<=3 (≤)

  • x>=3 (≥)

  • x!=3 (≠)

Voorbeelden:

  • -2<=x<5

  • x^2>=0

  • |x-1|<=3


4. Functies, grafieken en standaardnotatie

4.1 Functies en waarden

  • f(x)=x^2

  • f(2)=4

Voorbeelden:

  • f(x)=ax^2+bx+c

  • g(x)=1/(x-2)

  • h(x)=sqrt(x-1)

4.2 Veelgebruikte functies

  • sin x, cos x, tan x

  • ln x, log x, exp x

Voorbeelden:

  • sin^2 x + cos^2 x = 1

  • ln(ab)=ln a + ln b

  • exp(0)=1

  • log_2(8)=3

Tip: schrijf bij samengestelde argumenten liever sin(2x) dan sin 2x.


5. Griekse letters en symbolen (selectie)

5.1 Griekse letters

Voorbeelden (kopieerbaar):

  • alpha, beta, gamma, delta

  • Delta x

  • pi

  • theta

  • sigma

  • mu

  • lambda

  • Omega

In context:

  • alpha + beta = gamma

  • pi r^2

  • sigma^2 (variantie)

  • mu (gemiddelde)

5.2 Oneindig en dergelijke

  • oo (∞)

Voorbeelden:

  • lim_(x->oo) 1/x = 0


6. Sommen, producten en reeksen

6.1 Somnotatie

  • sum_(i=1)^n i

  • sum_(k=0)^n a_k

Voorbeelden:

  • sum_(i=1)^n i = n(n+1)/2

  • sum_(k=0)^(n-1) ar^k = a(1-r^n)/(1-r) (meetkundige rij, r!=1)

  • sum_(k=1)^oo 1/2^k = 1

6.2 Productnotatie

  • prod_(i=1)^n i

Voorbeelden:

  • prod_(i=1)^n i = n!

  • prod_(k=1)^n (1+1/k)


7. Limieten en analyse

7.1 Limiet

  • lim_(x->a) f(x)

  • x->oo

Voorbeelden:

  • lim_(x->0) (sin x)/x = 1

  • lim_(x->oo) (1+1/x)^x = e

  • lim_(h->0) (f(x+h)-f(x))/h

7.2 Afgeleiden

Veel gebruikte notaties:

  • f'(x)

  • d/dx x^2

  • dy/dx

Voorbeelden:

  • d/dx (x^n) = n x^(n-1)

  • d/dx (sin x) = cos x

  • d/dx (e^x) = e^x

  • d/dx (ln x) = 1/x

Tweede afgeleide:

  • f''(x)

  • d^2/dx^2 f(x)

Voorbeeld:

  • d^2/dx^2 (x^3) = 6x

7.3 Integralen

  • int f(x) dx

  • int_0^1 f(x) dx

Voorbeelden:

  • int x dx = x^2/2 + C

  • int_0^1 x^2 dx = 1/3

  • int_0^pi sin x dx = 2

  • int_1^e 1/x dx = 1


8. Vectoren, matrices en lineaire algebra

8.1 Vectoren (als kolom)

Een kolomvector kan vaak zo:

  • ((1),(2),(3))

Voorbeelden:

  • u=((1),(0))

  • v=((2),(-1))

  • u+v=((3),(-1))

8.2 Matrix

  • [[a,b],[c,d]]

Voorbeelden:

  • A=[[1,2],[3,4]]

  • B=[[0,1],[-1,0]]

  • A B (matrixproduct, afhankelijk van renderer)

  • det([[a,b],[c,d]]) = ad-bc (als je determinant zo wilt uitleggen)

8.3 Geaugmenteerde matrix (bij stelsels)

  • [[1,2,|,5],[3,4,|,11]]

(Handig in uitleg van eliminatie.)


9. Verzamelingen, logica en kansrekening

9.1 Verzamelingen

  • x in A

  • A sube B (⊆)

  • A supe B (⊇)

  • A uu B (∪)

  • A nn B (∩)

  • emptyset

Voorbeelden:

  • {x | x>0} (als je verzameling met voorwaarde uitlegt; weergave kan per renderer verschillen)

  • A nn B = emptyset

  • A sube RR (als RR herkend wordt; anders schrijf R als gewone tekst)

9.2 Logica

  • and, or, not

  • => (impliceert)

  • iff (↔)

Voorbeelden:

  • (p and q) => p

  • p iff q

  • not(p or q) iff (not p and not q)

9.3 Kans en statistiek (voorbeelden)

  • P(A)

  • P(A|B)

  • E(X) (verwachtingswaarde; als E niet speciaal wordt gerenderd, blijft het gewoon E)

Voorbeelden:

  • P(A uu B) = P(A)+P(B)-P(A nn B)

  • E(X)=sum_(x) x P(X=x)

  • Var(X)=E(X^2)-E(X)^2


10. Stukgewijs gedefinieerde functies (praktisch recept)

Niet elke AsciiMath-implementatie heeft een perfecte “cases”-notatie zoals LaTeX, maar je kunt vaak goed uit de voeten met tekst en haakjes.

Voorbeeld (leesbaar in veel renderers):

  • f(x) = { (x^2," als " x>=0), (-x," als " x<0) }

Alternatief (meer tekstueel):

  • f(x)=x^2 " voor " x>=0; f(x)=-x " voor " x<0

Tip: gebruik "..." om korte woorden zoals "als", "voor" of "dan" in de formule te zetten.


11. Tekst in formules (uitleg in één regel)

Je kunt vaak tekst opnemen met aanhalingstekens:

  • x=2 " dus " y=5

Voorbeelden:

  • m=3 " kg"

  • v=12 " m/s"

  • a^2+b^2=c^2 " (Pythagoras)"


12. Veelgemaakte fouten (en hoe je ze voorkomt)

  1. Geen haakjes in breuken

    • Fout/ambigu: a+b/c+d

    • Beter: (a+b)/(c+d)

  2. Macht op meer dan één symbool

    • Fout/anders dan bedoeld: x+1^2

    • Beter: (x+1)^2

  3. Functies zonder haakjes bij lange argumenten

    • Minder duidelijk: sin 2x+1

    • Duidelijk: sin(2x+1)

  4. Subscript en superscript verwisseld

    • Gebruik: int_0^1, sum_(i=1)^n


13. Mini‑sjablonen om snel lesmateriaal te maken

13.1 Opgave: herleid een uitdrukking

  • ((x+2)(x-2)) = x^2 - 4

13.2 Opgave: los vergelijking op

  • 2x-5=9

  • x^2-5x+6=0

13.3 Opgave: differentieer

  • f(x)=(3x^2-2x+1)

  • g(x)=ln(x)

  • h(x)=sin(2x)

13.4 Opgave: integreer

  • int_0^2 (3x^2) dx

  • int_1^4 1/sqrt(x) dx

13.5 Opgave: matrixrekenen

  • A=[[1,2],[0,1]]

  • B=[[2,0],[1,3]]

  • A B = ?


14. Korte referentie (compact)

  • Subscript: a_1, x_(n+1)

  • Superscript: x^2, a^(n+1)

  • Breuk: (a+b)/(c+d)

  • Wortel: sqrt(x), root(3)(x)

  • Som: sum_(i=1)^n ...

  • Product: prod_(i=1)^n ...

  • Limiet: lim_(x->0) ...

  • Afgeleide: d/dx ..., f'(x)

  • Integraal: int_0^1 ... dx

  • Matrix: [[a,b],[c,d]]

  • Kolomvector: ((a),(b),(c))

  • Tekst: "als", "voor", "dus"


15. Bron / verdere documentatie

Officiële AsciiMath-documentatie: https://asciimath.org

Heeft dit antwoord je vraag beantwoord?
😞
😐
😁