Wanneer je een element selecteert in de editor, verschijnt het eigenschappenpaneel aan de rechterkant. Hier kun je alle eigenschappen en instellingen van het geselecteerde element bekijken en aanpassen.
Elk type element heeft zijn eigen eigenschappen. Hieronder vind je de belangrijkste per type.
Bij een hoofdstuk kun je de volgende eigenschappen aanpassen:
Titel van het hoofdstuk.
Omslagafbeelding.
Kerndoel waar dit hoofdstuk aan bijdraagt.
Toelichting voor leraren over de gemaakte keuzes.
Bij een paragraaf kun je de volgende eigenschappen aanpassen:
Nummer dat automatisch wordt bepaald op basis van de positie.
Titel van de paragraaf.
Het 'Je leert'-blok voor leerlingen.
Leerdoelen uit het Neon-systeem in het leraar-blok.
Planning met een voorstel voor de tijdbesteding per onderdeel.
Toelichting voor leraren.
Bij bronnen, vragen en uitleg kun je de volgende eigenschappen aanpassen:
Docenten-instructie met tips en aanwijzingen voor leraren.
Leerdoelen die aan dit element zijn gekoppeld.
Werkvorm zoals klassengesprek, samenwerken of zelfstandig werken.
Benodigdheden zoals een laptop of schaar.
Differentiatie via de 'Iedereen'-dropdown.
Bij bronnen is het belangrijk om de maker toe te voegen. Dit is de naam van het boek waaruit je citeert en de naam van de auteur. Dit is wettelijk verplicht en zorgt ervoor dat we netjes kunnen betalen voor de rechten.
Om een instelling aan te passen:
Selecteer het element in het navigatiepaneel of het hoofdvenster.
Bekijk de beschikbare eigenschappen in het rechter paneel.
Klik op een veld om de waarde aan te passen.
Wijzigingen worden automatisch opgeslagen.